Rente en rentevisie

Rentevisie

Onze rentevisie is gebaseerd op de meest actuele ontwikkelingen op geld- en kapitaalmarkt. Wij maken daarbij onder andere gebruik van de renteprognose en berichtgeving van de Bank Nederlandse Gemeenten. De afgelopen jaren hebben zich gekenmerkt door een kapitaalmarkt met voortdurend aanhoudende lage quotes. De matige mondiale economische ontwikkelingen, gekoppeld aan onzekere tijden binnen de Eurozone hebben ertoe geleid dat de rente een historisch laag niveau heeft bereikt en al langere tijd aanhoudt. Nu de economie mondiaal (stevig) aantrekt, kan dit betekenen dat de rente op de kapitaalmarkt weer zal stijgen. Wij houden rekening met een externe financiering bij langlopende leningen van 2,0 % en de kapitaalmarkt (afhankelijk van de gewenste looptijd van een lening) beweegt zich daar nu nog onder. Een lichte groei van de kapitaalmarktrente kan bij het aantrekken van nieuwe leningen daardoor worden opgevangen binnen het geraamde rentebudget. Een stijging van de lange rente heeft geen effect op de bestaande contracten, omdat de rente hier contractueel is vastgelegd en niet zal wijzigen.
Voor de korte rente wordt een lager percentage gehanteerd. Indien de korte rente stijgt of daalt, heeft dit onmiddellijk effect op het renteresultaat.

Kengetallen

Bron

Realisatie

Streefwaarde

(bedragen x € 1,- mln.)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Rente risiconorm

Wet fido

18,3

18

17,5

17,4

17,2

17,2

Kasgeldlimiet

Wet fido

7,8

7,7

7,5

7,4

7,3

7,3

Schatkist bankieren drempel

Wet fido

0,7

0,7

0,7

0,7

0,6

0,6

Kredietwaardigheid financiële instellingen uitgezette middelen

Financieringsstatuut

Triple A

Triple A

Triple A

Triple A

Triple A

Triple A

Omslagrente (interne financiering)

Vanaf 2017 is er een andere wijze van berekening van de hoogte van de omslagrente en de presentatie van het renteresultaat. Nieuw in de berekening is dat alle externe rentebaten van de gemeente meetellen voor de hoogte van de renteomslag. Deze externe rentebaten zijn reeds in de begroting op de verschillende programma’s verwerkt en leiden niet tot een resultaat. De toegerekende rente over het eigen- en vreemd vermogen is verwerkt in de begroting.

Kortlopende interne financiering (korter dan 1 jaar)

Alle bankrekeningen van de gemeente worden centraal beheerd. De Treasury voorziet in de financieringsbehoefte van de gemeente, die ontstaat uit het saldo op de bankrekeningen van de lopende uitgaven en inkomsten (exploitatie en investeringen).

Langlopende interne financiering (langer dan 1 jaar)

Voor de interne toerekening van de rentekosten over investeringen hanteert de gemeente het omslagsysteem. Dit houdt in dat over alle investeringen een gemiddelde rente wordt gerekend, de zogeheten omslagrente. Deze omslagrente wordt aan het begin van elk jaar vastgesteld. Voor het begrotingsjaar 2018 is de omslagrente bepaald op 2,0%. De portefeuillerente van de opgenomen langlopende leningen komt uit per 31 december 2018 op 2,21 %.
Het onderstaande renteschema geeft inzicht in de berekening van de omslagrente en het renteresultaat.

Rentecomponent

(bedragen x € 1.000)

a

De externe rentelasten over de korte en langlopende financiering

1.329

b

De externe rentebaten

-40

Saldo rentelasten en rentebaten

1.289

c1

Rente doorberekening grondexploitaties

-349

c2

Rentebaat verstrekte leningen (=projectfinanciering)

-49

-398

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

891

d1

Rente eigen vermogen

658

d2

Rente voorzieningen

120

778

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.669

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag 2%)

-2.026

f

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-357

Vaste activa versus eigen en vreemd vermogen

De boekwaarde van de vaste activa per 31 december 2018 wordt geraamd op (maximaal) ruim € 110 mln. In de financiering daarvan wordt voorzien door middel van vreemd vermogen (ca. € 63 mln.), eigen vermogen (ca. € 33 mln.) en de voorzieningen (ca. € 5 mln.).
Het vreemd vermogen bestaat voor ca. € 50 mln. uit reeds aangegane vaste geldleningen en voor € 14 mln. aan nog aan te trekken vaste geldleningen (= financieringsbehoefte).
Omdat de praktijk leert dat er een bepaalde mate van onderuitputting op de geraamde investeringen ontstaat, is in de berekende financieringsbehoefte reeds rekening gehouden met een realisatiepercentage  investeringen van 70%. Onze tijdelijke financieringsbehoefte wordt opgevangen met kortlopende financieringsmiddelen, binnen de kasgeldlimiet.

Externe rentelasten

Eind 2017 bedraagt de omvang van de leningportefeuille bijna € 55 mln. Op basis van de geprognosticeerde boekwaarde van de vaste activa (indien per ultimo 2017 alle kredieten volledig zijn benut) bedraagt de financieringsbehoefte voor 2018 € 14 mln. De geraamde externe rentelasten voor 2018 bedragen € 1,3 mln.

Wanneer een investering later wordt gerealiseerd dan de planning, ontstaat in principe een éénmalig voordeel. Omdat sprake is van een repeterend patroon kan dit jaarlijkse éénmalige voordeel als structureel worden beschouwd. De raming van de kapitaallasten is zodanig opgebouwd dat er een structureel voordeel van ca. € 1 ton ontstaat.

Voor nieuw aan te trekken vaste geldleningen gaan we uit van het (omslag)percentage van 2%.
Afhankelijk van het type geldlening (fixe, gelijk of annuïtair) en looptijd (> 1 tot < 25 jaar) zal de rente lager of hoger zijn dan de omslagrente. Een verwacht rentevoordeel op een nieuw aan te trekken vaste geldlening, zijnde het verschil tussen gecalculeerde marktrente en omslagrente, wordt in het eerste jaar als éénmalig voordeel meegenomen.

Rente grondexploitatie

Met ingang van 1 januari 2016 wordt de rentetoerekening aan de grondexploitaties op een specifieke wijze berekend. Voor het rentepercentage over het vreemde vermogen geldt het gewogen gemiddelde en over het eigen vermogen mag geen rente worden toegerekend.
Omdat het gewogen gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen 2,21% bedraagt en de verhouding vreemd vermogen : totaal vermogen 69,4%, bedraagt het toe te rekenen percentage:
69,4% x 2,21% = 1,53%. Dit percentage mag maximaal 0,5% afwijken en wordt in Maassluis afgerond op 2%. Voor 2017 gold eveneens een percentage van 2%.

Rente eigen vermogen

Voor de berekening van de omslagrente die aan de taakvelden wordt toegerekend, kan de gemeente ervoor kiezen de rente over het eigen vermogen en de voorzieningen (de bespaarde rente) wel of niet mee te nemen. De commissie BBV adviseert om de bespaarde rente niet mee te nemen. Omdat het advies van de commissie BBV een substantieel nadelig effect heeft, nemen wij de rente over het eigen vermogen en de voorzieningen wel mee.
Dit nadeel kan als volgt worden toegelicht:
De bespaarde rente over het eigen vermogen en de voorzieningen bedraagt in totaal € 778.478,-. De lasten en baten worden per saldo budgetneutraal geboekt en er ontstaat hierdoor geen geldstroom. Wanneer in het renteschema de bespaarde rente echter niet zou worden meegenomen, daalt de omslagrente van 2% naar 1,06%.
Dit percentage dient dan ook te worden toegepast op de boekwaarde van de investeringen voor kostendekkende tarieven (ca. € 34,- mln.). In dat geval wordt er 0,94% minder aan deze investeringen toegerekend. Voor de exploitatie zou dan een nadeel ontstaan van ca. € 3 ton.
De commissie BBV heeft aangegeven dat de bespaarde rente - naar analogie van de toerekening van de kosten van overhead - ook extra comptabel aan de kostendekkende tarieven mag worden toegerekend, om hierboven aangegeven nadeel te compenseren.
Voor 2018 hebben wij ervoor gekozen om de bespaarde rente over het eigen vermogen en voorzieningen nog mee te nemen in de berekening van de omslagrente. De omslagrente wijkt hierdoor nauwelijks af van het gemiddelde rentepercentage over de externe financieringsmiddelen.

Omslagrente

De totaal aan de taakvelden toegerekende rente bedraagt afgerond € 2 miljoen. De boekwaarde van de vaste activa dient te worden verminderd met de boekwaarde van de grondexploitaties en de specifiek verstrekte geldleningen. De rentelasten, uitgedrukt in een percentage van de gecorrigeerde boekwaarde bedraagt 1,9% en wordt afgerond op 2%.